De asielprocedure voor vluchtelingen

De asielprocedure

Zodra een vluchteling in Nederland aankomt, moet hij onmiddellijk asiel aanvragen. Traumatische ervaringen worden dan ineens een ‘vluchtverhaal’, beoordeeld door medewerkers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Veel asielverzoeken worden al binnen 6 werkdagen afgewezen. De beoordeling vindt plaats op basis van de Vreemdelingenwet 2000 die op 1 april 2001 in werking is getreden. Het doel van deze wet is asielzoekers snel duidelijkheid te geven of ze mogen blijven of moeten terugkeren. VluchtelingenWerk probeert hen gedurende deze periode zo goed mogelijk bij te staan.

In het aanmeldcentrum

Iemand die asiel wil aanvragen, moet een asielverzoek indienen bij één van de vier aanmeldcentra (AC’s) in Rijsbergen, Zevenaar, Ter Apel of op Schiphol. Hier nemen medewerkers van de IND het eerste gehoor af. Zij vragen de asielzoeker naar identiteit, nationaliteit en reisroute.
Op basis van dat eerste gehoor beoordeelt de IND of het asielverzoek zonder uitvoerig onderzoek kan worden afgewezen. Wanneer dat het geval is, wordt de aanvraag volgens een versnelde procedure binnen 48 werkuren ofwel maximaal zes werkdagen in het AC afgewezen. Alle stappen van de gewone asielprocedure (zie schema pagina 10) worden in de versnelde procedure in grote vaart afgehandeld. Voor degelijk onderzoek blijft maar weinig tijd over.
Als het volgens de IND niet mogelijk is in zo’n korte tijd een beslissing te nemen, wordt de asielzoeker doorgestuurd naar een onderzoeks- en opvangcentrum (OC), waar er meer tijd is voor de behandeling van het asielverzoek.

Oorspronkelijk was de snelle procedure bedoeld om misbruik van de asielprocedure tegen te gaan. De versnelde asielprocedure is inmiddels echter meer regel dan uitzondering. VluchtelingenWerk Nederland vindt dat er een zorgvuldige procedure nodig is voor asielaanvragen. Een versnelde procedure mag alleen worden gebruikt voor overduidelijk kansloze zaken.

Het nader gehoor

Het nader gehoor vormt de basis van de asielprocedure. De asielzoeker vertelt tijdens dit gesprek met een ambtenaar van de IND waarom hij is gevlucht. Van dit gesprek wordt een verslag gemaakt. De IND neemt op basis van deze informatie een beslissing op het asielverzoek. Er hangt dus nogal wat van af. Medewerkers van VluchtelingenWerk zijn -zoveel mogelijk- aanwezig bij het nader gehoor als de vluchteling of de rechtshulpverlener daar om vraagt, of wanneer er volgens VluchtelingenWerk aanleiding voor is.

Beschikking

De beslissing op het asielverzoek wordt een beschikking genoemd. Volgens de Vreemdelingenwet moet de IND binnen zes maanden een beslissing nemen. Die termijn kan in een individueel geval met maximaal een half jaar worden verlengd, wanneer onderzoek of advies door een andere instantie dan de IND nodig is.
De positieve beslissing Bij een positieve beslissing op het asielverzoek, krijgt de asielzoeker een ‘verblijfsvergunning voor bepaalde tijd asiel’. De term ‘bepaalde tijd’ geeft al aan dat de status kan worden ingetrokken, bijvoorbeeld als de situatie in het land van herkomst zich wijzigt. Pas na drie jaar 2 kan de status worden omgezet in een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
De negatieve beslissing Een negatieve beslissing betekent automatisch dat de asielzoeker Nederland binnen 28 dagen moet verlaten. De asielzoeker kan tegen een negatieve beslissing in beroep gaan.


Besluitmoratorium

De minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie kan de beslistermijn voor asielzoekers uit een bepaald land of gebied collectief verlengen. Dit noemt men het besluitmoratorium. Deze asielverzoeken worden dan ‘in de ijskast’ gezet. Per persoon kan dit maximaal een jaar duren.
De staatssecretaris kan zo’n besluitmoratorium instellen als:

naar verwachting een korte periode van onzekerheid zal bestaan over de situatie in het land van herkomst;

de onveilige situatie in het land van herkomst naar verwachting van korte duur zal zijn;

het aantal ingediende aanvragen uit een bepaald land of een bepaalde regio zo groot is dat de IND redelijkerwijs niet in staat is daar tijdig op te beslissen.

Het kan dus voorkomen dat een asielzoeker twee jaar op een beslissing moet wachten: zes maanden voor de standaard beslistermijn, zes maanden verlenging voor nader onderzoek, plus een jaar besluitmoratorium.

Beroep

Als een asielverzoek wordt afgewezen maar de asielzoeker tóch bang is voor vervolging, kan hij tegen de afwijzing in beroep gaan. De rechter beoordeelt dan of de beslissing van de IND terecht was.
Een asielzoeker die beroep instelt mag deze beslissing afwachten in Nederland. Hij krijgt automatisch ‘schorsende werking met betrekking tot de uitzetting’: hij mag in de opvang blijven en wordt niet uitgezet tot de rechter uitspraak heeft gedaan. Dit geldt echter niet voor een asielzoeker die beroep instelt tegen een negatieve beslissing die in de versnelde procedure in het aanmeldcentrum is genomen. Deze asielzoeker moet apart een verzoek indienen bij de rechter om de uitkomst van het beroep in Nederland te mogen afwachten. In de tussentijd krijgt hij geen opvang meer en komt hij op straat te staan.

Hoger beroep

Als de rechter het eens is met de afwijzing van het asielverzoek, kan de asielzoeker nog hoger beroep instellen bij de Raad van State. Anders dan bij het beroep geeft het hoger beroep geen schorsende werking. De asielzoeker mag de beslissing dus niet automatisch in Nederland afwachten, maar moet daar apart een verzoek voor indienen.
Uitgeprocedeerde asielzoekers Een asielzoeker is uitgeprocedeerd als hij niet meer in beroep gaat of kan gaan tegen een negatieve beslissing. Een uitgeprocedeerde asielzoeker moet Nederland verlaten. Als hij niet zelf binnen 28 dagen is vertrokken, wordt hij uit de opvang verwijderd. De overheid kan in een aantal gevallen de uitgeprocedeerde asielzoeker ook Nederland uitzetten (zie ook pag. 13, Terugkeer).

In ieder werkproces worden fouten gemaakt, ook in de asielprocedure. Voor een asielzoeker kunnen deze fouten levensbedreigende gevolgen hebben. Daarom biedt VluchtelingenWerk Nederland individuele ondersteuning aan uitgeprocedeerde asielzoekers die volgens haar recht hebben op bescherming.

Vertrekmoratorium

Als een asielzoeker is uitgeprocedeerd, moet hij het land dus verlaten. Maar soms is het toch niet verantwoord om mensen uit te zetten. Als de situatie in het land van herkomst ernstig is verslechterd bijvoorbeeld. De regering kan dan een ‘vertrekmoratorium’ afkondigen. Gedurende maximaal een jaar worden afgewezen asielzoekers uit dat land dan niet uitgezet en hebben zij recht op opvang.